Nieuws
Op deze pagina zullen wij artikelen plaatsen vanuit verschillende vakbladen om u en uw medewerkers op de hoogte te houden van recente ontwikkelingen.
Nieuws
'Flexibilisering BV-recht'
De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft RJ-Uiting 2012-4 'Flexibilisering BV-recht' gepubliceerd.
RJ-Uiting 2012-4 is een gevolg van de inwerkingtreding per 1 oktober 2012 van de 'Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht' (wetsvoorstel 31 058) en de 'Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht' (wetsvoorstel 32 426). Met laatstgenoemde invoeringswet is tegelijkertijd een aantal kleine wijzigingen doorgevoerd in het jaarrekeningenrecht zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW.
Deze Uiting bevat de wijzigingen die als gevolg van deze nieuwe wetgeving zullen worden aangebracht in de RJ-bundel en de RJk-bundel jaareditie 2012 en wordt vervroegd uitgebracht omdat de datum van inwerkingtreding wijzigingen 1 oktober 2012 is en niet 1 januari 2013.
Wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de jaareditie 2011 van de RJ-bundel en RJk-bundel hebben onder andere te maken met de volgende (gewijzigde) wettelijke bepalingen:
- voor bv's verdwijnt de minimumkapitaaleis en het verplichte maatschappelijk kapitaal;
- voor bv's ontstaat de mogelijkheid om aandelen uit te geven waarvan de nominale waarde in een andere valuta luidt dan in euro's;
- voor bv's ontstaat de mogelijkheid om stemrechtloze of winstrechtloze aandelen uit te geven;
- het aantal verplichte wettelijke reserves voor bv's neemt af, de 'reserve minimumkapitaal' (art. 2:178 lid 3 BW), de 'reserve steunfinanciering' (art. 2:207c lid 3 BW) en de 'euro omzetting (bijschrijvings) reserve' (art. 2:178a lid 2 en 3 BW) zullen verdwijnen;
- het wettelijke systeem van kapitaalbescherming wordt bij de bv gewijzigd.
Daarnaast zijn ook noodzakelijke aanpassingen als gevolg van de hiervoor genoemde wijzigingen in Titel 9 Boek 2 BW aangebracht.
Ingangsdatum
Deze Uiting is van toepassing op boekjaren waarin de datum van 1 oktober 2012 valt.
Bron: http://www.accountant.nl
BTW verhoging per 1 oktober (bron; accountancynieuws.nl)

Flexbv ziet op 1.10.2012 levenslicht
De flexibilisering van het bv-recht is vanaf 1 oktober aanstaande een feit. Dan treedt de wet Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, die op 12 juni door de Eerste Kamer is aangenomen, in werking. De veranderingen rond de flexbv in vogelvlucht.
Afschaffing minimumkapitaal
Door de afschaffing van het minimumkapitaal van € 18.000 bij oprichting wordt het voor kleinere en startende ondernemers aantrekkelijker om te kiezen voor de bv. Er blijft een stortingsplicht op de aandelen. Maar in de nieuwe regeling bepalen de oprichters voor welk kapitaal aandelen worden uitgegeven. Hierdoor kan bijvoorbeeld een bv worden opgericht met € 1 kapitaal. De bescherming van schuldeisers wordt niet langer gebaseerd op een systeem waarin er een bepaald kapitaal in de vennootschap aanwezig moet zijn dat niet beschikbaar is voor uitkering aan aandeelhouders.
In de nieuwe wet is gekozen voor een systeem waarin de geoorloofdheid van uitkeringen wordt beoordeeld aan de hand van de financiële positie van de vennootschap. Dit wordt de 'uitkeringstest' genoemd; het bestuur beoordeelt of de vennootschap na het doen van de uitkering nog door kan gaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Bestuurders die hierbij onzorgvuldig hebben gehandeld, kunnen privé aansprakelijk worden gesteld.
Afschaffing verplicht maatschappelijk kapitaal
De verplichting om in de statuten een maatschappelijk kapitaal op te nemen, wordt geschrapt. Hetzelfde geldt voor de eis dat ten minste een vijfde gedeelte van het maatschappelijk kapitaal moet zijn geplaatst. Als er geen maatschappelijk kapitaal is opgenomen, is statutenwijziging niet meer nodig als er bijvoorbeeld nieuwe aandelen worden uitgegeven.
Afschaffing bankverklaring en accountantsverklaring
De verplichte bankverklaring bij oprichting en de accountantsverklaring bij inbreng in natura worden afgeschaft. De verantwoordelijkheid voor de kapitaalinbreng wordt hiermee aan het bestuur overgelaten. Het is mogelijk dat het bestuur voortaan vaker advies vraagt aan de accountant in het kader van de uitkeringstest.
Grotere vrijheid bij inrichting bv, sneller besluiten nemen
Ondernemers krijgen meer vrijheid bij de inrichting van de bv. Er komen namelijk meer mogelijkheden om in de statuten af te wijken van bepalingen in de wet. Dit geldt bijvoorbeeld voor de procedure voor benoeming van bestuurders en commissarissen. Zo kan iedere aandeelhouder het recht krijgen om een ‘eigen’ bestuurder te benoemen. Daarnaast is er de mogelijkheid tot uitgifte van stemrechtloze aandelen en winstrechtloze aandelen.
Ook wordt het mogelijk voor aandeelhouders om op een praktische manier buiten vergadering besluiten te nemen. Als aan de voorwaarden van de wet is voldaan, kan een bestuurder simpelweg de aandeelhouders bellen en aantekeningen maken van wat ze hebben besloten. Door een snellere, praktische besluitvorming kan de bv sneller veranderingen doorvoeren.
Aandeelhoudersvergaderingen mogen na 1 oktober ook in het buitenland worden gehouden en de regeling voor deelname van certificaathouders aan de vergaderingen wordt duidelijker.
Afschaffing blokkeringsregeling
De verplichte blokkeringsregeling wordt afgeschaft. De huidige wet beperkt de vrije overdraagbaarheid van aandelen tot een in de wet genoemde kring van personen. Met de afschaffing van de blokkeringsregeling wordt een aantal knelpunten voor de praktijk weggenomen. Door de nieuwe wet is het makkelijker om de overdracht van aandelen wel of niet te beperken. De statuten kunnen bijvoorbeeld bepalen dat er géén beperkingen gelden bij een aandelenoverdracht. De tegenhanger is ook mogelijk: aandelenoverdracht kan voor een bepaalde periode onmogelijk worden gemaakt.
Wet bestuur en toezicht
Het wetsvoorstel bestuur en toezicht is al eerder door de Eerste Kamer aangenomen, maar de datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.
Met dit wetsvoorstel komt er naast het dualistische of two-tierbestuursmodel het monistische of one-tierbestuursmodel. In een two-tierboard (het huidige bestuursmodel in Nederland) bestaat er een bestuur dat bestuurt en een raad van commissarissen die toezicht houdt op het bestuur. De commissarissen vormen een apart orgaan. Het monistische of one-tierbestuursmodel maakt het mogelijk dat uitvoerende bestuurders en toezichthoudende bestuurders in één orgaan van een nv of bv zitting hebben.
Het wetsvoorstel bevat ook regels voor het geval een bestuurder een belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap. Volgens de huidige wet kan een bv in zo’n situatie in beginsel niet door de bestuurder naar buiten toe worden vertegenwoordigd. Onder de toekomstige regels is een tegenstrijdig belang in beginsel niet van belang voor de vraag wie mag vertegenwoordigen. De bestuurder mag dan niet deelnemen aan de beraadslaging en de besluitvorming binnen de vennootschap.
Het wetsvoorstel draagt er kortom aan bij dat de rechtsvorm van de nv en bv beter bruikbaar wordt in binnen- en buitenland. In Angelsaksische landen is men al bekend met de one-tierboard, dus daar zal het nieuwe systeem beter worden herkend.
Bron: (Dijkstra Sutter Notarissen, Nieuwsbrief Vermogen & Recht d.d. 29 juni 2012)
Investeringsaftrek
MAXIMAAL VOORDEEL INVESTERINGSAFTREK.
Door een slimme aanpak kunt u maximaal van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek profiteren. Hoe zit dat? Wat kunt u nog in 2011 doen?
Indien u als onderneming investeert in bedrijfsmiddelen, heeft u onder voorwaarden recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (hierna: KIA). U mag dan een extra percentage van het investeringsbedrag aftrekken. De KIA geldt voor de meeste bedrijfsmiddelen, maar kent ook uitsluitingen, zoals bepaalde personenauto’s, huizen, grond en dieren.
Minder aftrek bij meer investeringen. De KIA kent een ingewikkelde staffel.
|
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2011 |
||
|
Investeringsbedrag |
Aftrek |
|
|
Meer dan |
Niet meer dan |
|
|
|
€ 2.200,- |
0 |
|
€ 2.200,- |
€ 54.324,- |
28% |
|
€ 54.324,- |
€ 100.600,- |
€ 15.211,- |
|
€ 100.600,- |
€ 301.800,- |
€ 15.211,- minus 7,56% van het investeringsbedrag boven € 100.600,- |
|
€ 301.800,- |
|
0 |
Samen > € 2.200,-. Uit bovengenoemde aftrekpercentages blijkt dat u in ieder geval moet proberen om in een jaar meer dan € 2.200,- te investeren. Investeert u normaal gesproken weinig, dan is het raadzaam investeringen zoveel mogelijk in één jaar te laten samenvallen.
Investeert u bijvoorbeeld zowel in 2011 als in 2012 voor € 1.500,- in computers en heeft u verder geen investeringen, dan bedraagt uw KIA in beide jaren nul. Voegt u alles samen tot één investering van € 3.000,- aan computers in 2011 dan haalt u € 840,- aan belastingaftrek binnen.
Investeer minder dan € 301.800,-: splits. Investeert u forse bedragen, bekijk dan of u die investeringen over meerdere jaren kunt spreiden. Stel dat u in 2011 twee nieuwe machines aanschaft van € 60.000,- per stuk. De KIA bedraagt dan € 13.744,-. Is het ook mogelijk in 2011 en in 2012 iedere keer één machine aan te schaffen en heeft u geen verdere investeringen in die jaren, dan bedraagt uw KIA in 2011 en in 2012 € 15.211,-. In totaal haalt u dan € 30.422,- aan KIA binnen, oftewel: € 16.678,- meer belastingaftrek.
--> door kleine investeringen samen te voegen, kunt u maximaal voordeel behalen. Grotere investeringen kunt u beter splitsen en deels over het jaar heen tillen.
Bron; Tips & Advies Belastingen, 16e jaargang, nummer 18
Vakantiedagen
DE LAATSTE VAKANTIEDAGEN ZULLEN TOCH NIET DE EERSTEN ZIJN
Vanaf 1 januari 2012 treedt een nieuwe vakantiewetgeving in werking. Nieuw opgebouwde vakantiedagen zullen minder lang houdbaar zijn. Hierdoor zullen uw werknemers mogelijk hun tot dan toe opgebouwde vakantiedagen willen opmaken, voordat ze die definitief kwijt zijn. U zult vanaf volgend jaar te maken krijgen met vakantiedagen die zijn opgebouwd onder zowel de oude als de nieuwe regeling, wat u extra administratie bezorgt.
Elke fulltime werknemer heeft volgend jaar net als nu jaarlijkse recht op minimaal twintig wettelijke vakantiedagen. De extra vakantiedagen die in de arbeidsovereenkomst of CAO worden toegekend, zijn bovenwettelijke vakantiedagen. Is een werknemer ziek, dan bouwt hij nog steeds de wettelijke vakantiedagen op. De regel dat een nieuwe werknemer alleen over de laatste zes maanden van zijn arbeidsongeschiktheid vakantiedagen opbouwt, komt dus te vervallen. Dit geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen, tenzij dat in de arbeidsovereenkomst of cao vermeld staat.
VERVALTERMIJN
Onder de nieuwe vakantiewetgeving verandert de vervaltermijn. Momenteel is die voor wettelijke en bovenwettelijke dagen vijf jaar, maar vanaf 2012 kan uw werknemer zijn in een jaar opgebouwde wettelijke vakantiedagen nog maar voor een periode van zes maanden meenemen naar het volgende jaar. Na die zes maanden vervalt zijn recht op het opnemen van die vakantiedagen. Dagen die de werknemer in het jaar 2012 heeft opgebouwd, vervallen dus na 1 juli 2013. De vervaltermijn van vijf jaar blijft wel gelden voor bovenwettelijke vakantiedagen. De vervaltermijn geldt niet als de werknemer kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet in de gelegenheid is geweest de vakantiedagen voor het einde van de vervaltermijn op te nemen. Vakantiedagen die zijn opgebouwd vóór ingang van de wetswijziging mogen ook nog voor vijf jaren worden meegenomen.
Dit alles heeft voor uw administratie van vakantierechten de nodige gevolgen. Voor iedereen werknemer moet u namelijk een gescheiden vakantieregistratie bijhouden voor;
- (boven)wettelijke vakantiedagen die vóór 1 januari 2012 zijn opgebouwd (vijf jaar geldig); - wettelijke vakantiedagen die na 1 januari 2012 worden opgebouwd (zes maanden geldig, tenzij een langere termijn is afgesproken);
- bovenwettelijke vakantiedagen die na 1 januari 2012 worden opgebouwd (vijf jaar geldig).
Vanaf 1 januari 2013 komt daar ook nog een rijtje bij van vakantiedagen die uw werknemer in 2012 niet heeft opgenomen. De wettelijke vakantiedagen zijn dan nog zes maanden geldig en de bovenwettelijke dagen vijf jaar.
UITWEG
Om u een uitweg te bieden voor de administratieve uitdaging die u in 2012 te wachten staat, kunt u het beste voor die tijd duidelijke afspraken maken met uw werknemers. Zo kunt u discussie voorkomen. De nieuwe vakantiewetgeving maakt het namelijk mogelijk om in de individuele arbeidsovereenkomst of in de cao een langere vervaltermijn af te spreken. U zou er dus voor kunnen kiezen om de huidige termijn van vijf jaar ook voor de wettelijke vakantiedagen gewoon te laten bestaan. Denk daarbij aan het vaststellen van een vervaltermijn langer dan zes maanden, om zo binnen uw onderneming de vakanties beter te kunnen spreiden. Of stel regels op over het vakantierooster, zodat niet al uw werknemers vlak voor de vervaldatum hun opgespaarde vakantiedagen opnemen. U kunt ook duidelijk in de arbeidsovereenkomst zetten dat tijdens ziekte er geen bovenwettelijke vakantiedagen worden opgebouwd. Het is niet verplicht om zulke afspraken te maken. In dat geval geldt gewoon de wet. Vergeet niet om uw werknemers goed op de hoogte te stellen van de regels rondom de nieuwe vakantiewet.
Met de nieuwe vervaldata geldt de regel dat de oudste vakantiedagen automatisch als eerste werden opgenomen niet meer. Dit was door de Hoge Raad bepaald in 1998, zodat werknemers de gelegenheid hadden om alle vakantiedagen op te nemen. Als dit nog zou gelden onder de nieuwe vakantiewet zouden veel vakantiedagen al vervallen voordat uw werknemer de kans heeft ze op te nemen. U moet daar dus rekening mee houden in uw administratie en de dagen die het eerste komen te vervallen als eerste afschrijven
Zelfstandigenaftrek
IN 2012 ÉÉN ZELFSTANDIGENAFTREK
Nu Prinsjesdag geweest is, zijn de concrete plannen van het kabinet duidelijk. Een belangrijke beslissing is het plan om van de zelfstandigenaftrek in 2012 een vast bedrag te maken van € 7.280. Het systeem van schijven verdwijnt dus. Het voordeel is dat u van tevoren weet waar u aan toe bent.
Met het invoeren van een vaste zelfstandigenaftrek wordt u niet meer ‘afgestraft’ bij het maken van meer winst. Met het systeem van schijven wordt de aftrek namelijk lager naarmate u meer winst maakt. De nieuwe vaste aftrek zal weinig tot geen effect hebben als u momenteel in de vierde schijf zit en dus tussen de € 18.540 en € 53.070 winst maakt. De aftrek is daar nu namelijk € 7.266. Als deze schijf en de bijbehorende aftrek voor 2012 gecorrigeerd zouden worden voor inflatie, zou u bij winst tussen € 18.885 en € 53.975 kunnen rekenen op een aftrek van € 7.390.
Maakt u in 2012 meer winst, dan gaat u er dus op vooruit want u mag meer aftrekken. Zit u daaronder, dan zult u minder kunnen aftrekken. Maar vanwege de algemene heffingskorting en arbeidskorting hoeft u er niet per se op achteruit te gaan. Als u geen andere bron van inkomsten heeft en geen partner die belasting betaalt, hoeft u bij een winst tot € 18.885 nog steeds geen belasting te betalen.
Voorwaarden
Om gebruik te kunnen maken van de zelfstandigenaftrek moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet er sprake zijn van ondernemerschap. U moet daarnaast minimaal 1.225 uren besteden aan uw onderneming. Dit is het zogenaamde urencriterium.
Bron; Checklist Ondernemen, jaargang 9, 27-09-2011
Afroommethode kan ook bij meervoudige bv-structuur.
Afroommethode kan ook bij meervoudige bv-structuur.
De afroommethode waarbij het loon van de dga wordt berekend door van de opbrengsten uit een bv een marge, kosten (exclusief loon werknemer), lasten en afschrijvingen in aftrek te brengen, kan ook worden gebruikt in een zogenoemde meervoudige bv-structuur. Hierbij houdt de holding van de dga aandelen in een werkmaatschappij. Dit is onlangs beslist in een zaak voor Hof Amsterdam.
In deze zaak ging het om een holding met als enig aandeelhouder een dga. De holding had 50% van de aandelen in een bouw- en aannemingsbedrijf (hierna bedrijf). De dga had een arbeidsovereenkomst met zijn holding en ontving uit hoofde van die arbeidsovereenkomst loon. Er was geen aparte arbeidsovereenkomst met het bedrijf. In de arbeidsovereenkomst was afgesproken dat de holding de directie voerde over het bedrijf en de dga ter beschikking stelde aan het bedrijf voor diverse werkzaamheden. De holding declareerde de vergoeding voor de werkzaamheden van de dag bij het bedrijf. In 2006 had de inspecteur de holding een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd, omdat hij van mening was dat het gebruikelijk loon van de dga op een hoger bedrag moest worden vastgesteld. De inspecteur stelde dat het loon moest worden bepaald aan de hand van de managementvergoeding die het bedrijf aan de holding betaalde met toepassing van de afroommethode. Volgens de dga kon de afroommethode echter alleen worden toegepast bij het bepalen van het loon bij een enkelvoudige bv-structuur, zijnde een structuur tussen dga en holding (zonder werk-bv). De zaak kwam uiteindelijk voor Hof Amsterdam.
Afroommethode Hof Amsterdam oordeelde dat het gebruikelijk loon moest worden vastgesteld voor twee dienstbetrekkingen, namelijk het bedrijf en bij de holding. Op basis van de werkzaamheden bij de holding die bestonden uit directievoering, controle en het ter beschikking stellen van de dga stelde het hof het gebruikelijk loon bij de holding vast op € 4.000. Daarnaast oordeel het hof dat het loon bij het bedrijf kon worden bepaald door de managementvergoeding te verminderen met een marge, pensioenlasten en overige kosten. Deze zogenoemde afroommethode is in 2004 geïntroduceerd door de Hoge Raad. Het feit dat opbrengsten uit het bedrijf maar voor een deel voortkwamen uit de werkzaamheden die de dga had verricht deed daaraan niet af. Hof Amsterdam berekende vervolgens de marge op 9%.
Soortgelijke zaak In een andere gelijksoortige zaak (zie Belastingadviseur nr 6/2011) stelde Hof Den Haag het gebruikelijk loon op € 20.000. Dit is een fors verschil met de € 4.000 in deze zaak, terwijl de feiten nagenoeg gelijk waren. Bovendien stond Hof Den Haag een marge toe van 10%. De verschillen in loon en marge maken het voor de praktijk moeilijk om goed richting te geven aan de uitspraken. Duidelijk is wel dat volgens beide hoven de afroommethode kan worden gebruikt bij een meervoudige bv-structuur. De staatssecretaris gaat niet in hoger beroep bij de Hoge Raad, omdat de verschillen in loon feitelijk van aard zijn.
Bron: Hof Amsterdam, 17 februari 2011, LJN: BP5120
Vakantiewet
Vakantiewet wijzigt in 2012
Per 1 januari 2012 moeten werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen een half jaar na het opbouwjaar opnemen. Worden de dagen niet opgenomen, dan komen deze in principe te vervallen (zie ook Belastingadviseur nr 5/2011). De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met een wetsvoorstel hierover van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het pleidooi van de werkgeversorganisaties om het wetsvoorstel per 1 januari 2012 van kracht te laten worden is hiermee door de minister gehonoreerd. Met het aannemen van dit wetsvoorstel krijgen ook werknemers die langdurig ziek zijn recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als gezonde werknemers. Nu bouwen werknemers alleen een recht op wettelijke vakantiedagen op in het laatste halfjaar van hun ziekte. De wijziging is noodzakelijk na een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Zoals in Belastingadviseur nr 5/2011 is besproken gelden voor verlofrechten die zijn opgebouwd vóór 1 januari 2012 andere verjaringstermijnen dan voor verlofrechten die een werknemer daarna opbouwt. U heeft nog een half jaar de tijd om uw administratie hierop aan te passen.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nieuwsbericht 24 mei 2011
Verplichte schatting VPB is vervallen
Ieder jaar moet u een schatting van de fiscale winst van uw onderneming indienen bij de Belastingdienst. Deze moet u indienen vóór 1 september of bij een gebroken boekjaar binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar. Op basis van uw schatting legt de fiscus u een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (VPB) op. Met ingang van 2011 is deze verplichte schatting vervallen.
Door een juiste schatting in te dienen, zorgt u ervoor dat u bij de definitieve aanslag geen of zo min mogelijk heffingsrente hoeft te betalen. De verplichting om een schatting voor de vennootschapsbelasting in te dienen is dit jaar echter afgeschaft. U ontvangt dus geen brief meer waarin de Belastingdienst u vraagt om een schatting te maken van de belastbare winst van uw onderneming.
Terecht
Krijgt u geen voorlopige aanslag, dan zal de Belastingdienst dit najaar nog wel een keer controleren of dit terecht is. Als uit eerdere aangiften het tegendeel blijkt, moet u in het najaar alsnog een schatting voor de VPB indienen. Dient u uw schatting niet of te laat in, dan kan de Belastingdienst eventueel een eerder verleend uitstel weer intrekken.
Bron; Checklist Ondernemen, jaargang 9, 15 maart 2011
Doorlopende Controle op uw BV
Op dit moment heeft u nog een verklaring van geen bezwaar nodig om een bv op te richten. Dit is een eenmalige toetsing bij oprichten van de bv. Maar vanaf de tweede heft van 2011 zal het ministerie van Veiligheid en Justitie strenger gaan screenen bij de oprichting van een bv en bij iedere veranderende situatie van uw bv. Dat betekend dat de overheid doorlopend kan controleren of uw bv misbruikt wordt voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.
Als u nu een bv wilt oprichten, controleert het ministerie van Justitie of u een crimineel verleden heeft of dat u in het verleden failliet bent gegaan. Komt u door de screening, dan ontvangt u een Verklaring van geen bezwaar. Met de invoering van de nieuwe Wet Controle op Rechtspersonen wil de overheid voorkomen dat rechtspersonen misbruikt worden.
Niet alleen u
Wilt u een nieuwe bv oprichten, dan zal Dienst Justis- de screeningautoriteit van het ministerie van veiligheid en Justitie- de beschikbare informatie uit bestaande bronnen combineren en in samenhang analyseren. Bij deze screening heeft Dienst Justis het recht om niet alleen u maar ook uw partner, uw huisgenoten en (klein) kinderen te screenen op een eventueel crimineel verleden. Deze toets wordt vervolgens iedere keer opnieuw gedaan als de statuten van uw bv wijzigen of als een nieuw bestuurder wordt ingeschreven in het Handelsregister. Het is dus een doorlopende controle.
o Mocht er sprake zijn van misbruik, dan zal Dienst Justis dit doorgeven aan bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie, de politie, de belastingdienst of de FIOD. Deze partijen kunnen dan direct tot actie overgaan.
Bron; checklist ondernemen jaargang 9, 22 februari 2010
