Nieuws
Op deze pagina zullen wij artikelen plaatsen vanuit verschillende vakbladen om u en uw medewerkers op de hoogte te houden van recente ontwikkelingen.
Nieuws
Investeringsaftrek
MAXIMAAL VOORDEEL INVESTERINGSAFTREK.
Door een slimme aanpak kunt u maximaal van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek profiteren. Hoe zit dat? Wat kunt u nog in 2011 doen?
Indien u als onderneming investeert in bedrijfsmiddelen, heeft u onder voorwaarden recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (hierna: KIA). U mag dan een extra percentage van het investeringsbedrag aftrekken. De KIA geldt voor de meeste bedrijfsmiddelen, maar kent ook uitsluitingen, zoals bepaalde personenauto’s, huizen, grond en dieren.
Minder aftrek bij meer investeringen. De KIA kent een ingewikkelde staffel.
|
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 2011 |
||
|
Investeringsbedrag |
Aftrek |
|
|
Meer dan |
Niet meer dan |
|
|
|
€ 2.200,- |
0 |
|
€ 2.200,- |
€ 54.324,- |
28% |
|
€ 54.324,- |
€ 100.600,- |
€ 15.211,- |
|
€ 100.600,- |
€ 301.800,- |
€ 15.211,- minus 7,56% van het investeringsbedrag boven € 100.600,- |
|
€ 301.800,- |
|
0 |
Samen > € 2.200,-. Uit bovengenoemde aftrekpercentages blijkt dat u in ieder geval moet proberen om in een jaar meer dan € 2.200,- te investeren. Investeert u normaal gesproken weinig, dan is het raadzaam investeringen zoveel mogelijk in één jaar te laten samenvallen.
Investeert u bijvoorbeeld zowel in 2011 als in 2012 voor € 1.500,- in computers en heeft u verder geen investeringen, dan bedraagt uw KIA in beide jaren nul. Voegt u alles samen tot één investering van € 3.000,- aan computers in 2011 dan haalt u € 840,- aan belastingaftrek binnen.
Investeer minder dan € 301.800,-: splits. Investeert u forse bedragen, bekijk dan of u die investeringen over meerdere jaren kunt spreiden. Stel dat u in 2011 twee nieuwe machines aanschaft van € 60.000,- per stuk. De KIA bedraagt dan € 13.744,-. Is het ook mogelijk in 2011 en in 2012 iedere keer één machine aan te schaffen en heeft u geen verdere investeringen in die jaren, dan bedraagt uw KIA in 2011 en in 2012 € 15.211,-. In totaal haalt u dan € 30.422,- aan KIA binnen, oftewel: € 16.678,- meer belastingaftrek.
--> door kleine investeringen samen te voegen, kunt u maximaal voordeel behalen. Grotere investeringen kunt u beter splitsen en deels over het jaar heen tillen.
Bron; Tips & Advies Belastingen, 16e jaargang, nummer 18
Vakantiedagen
DE LAATSTE VAKANTIEDAGEN ZULLEN TOCH NIET DE EERSTEN ZIJN
Vanaf 1 januari 2012 treedt een nieuwe vakantiewetgeving in werking. Nieuw opgebouwde vakantiedagen zullen minder lang houdbaar zijn. Hierdoor zullen uw werknemers mogelijk hun tot dan toe opgebouwde vakantiedagen willen opmaken, voordat ze die definitief kwijt zijn. U zult vanaf volgend jaar te maken krijgen met vakantiedagen die zijn opgebouwd onder zowel de oude als de nieuwe regeling, wat u extra administratie bezorgt.
Elke fulltime werknemer heeft volgend jaar net als nu jaarlijkse recht op minimaal twintig wettelijke vakantiedagen. De extra vakantiedagen die in de arbeidsovereenkomst of CAO worden toegekend, zijn bovenwettelijke vakantiedagen. Is een werknemer ziek, dan bouwt hij nog steeds de wettelijke vakantiedagen op. De regel dat een nieuwe werknemer alleen over de laatste zes maanden van zijn arbeidsongeschiktheid vakantiedagen opbouwt, komt dus te vervallen. Dit geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen, tenzij dat in de arbeidsovereenkomst of cao vermeld staat.
VERVALTERMIJN
Onder de nieuwe vakantiewetgeving verandert de vervaltermijn. Momenteel is die voor wettelijke en bovenwettelijke dagen vijf jaar, maar vanaf 2012 kan uw werknemer zijn in een jaar opgebouwde wettelijke vakantiedagen nog maar voor een periode van zes maanden meenemen naar het volgende jaar. Na die zes maanden vervalt zijn recht op het opnemen van die vakantiedagen. Dagen die de werknemer in het jaar 2012 heeft opgebouwd, vervallen dus na 1 juli 2013. De vervaltermijn van vijf jaar blijft wel gelden voor bovenwettelijke vakantiedagen. De vervaltermijn geldt niet als de werknemer kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet in de gelegenheid is geweest de vakantiedagen voor het einde van de vervaltermijn op te nemen. Vakantiedagen die zijn opgebouwd vóór ingang van de wetswijziging mogen ook nog voor vijf jaren worden meegenomen.
Dit alles heeft voor uw administratie van vakantierechten de nodige gevolgen. Voor iedereen werknemer moet u namelijk een gescheiden vakantieregistratie bijhouden voor;
- (boven)wettelijke vakantiedagen die vóór 1 januari 2012 zijn opgebouwd (vijf jaar geldig); - wettelijke vakantiedagen die na 1 januari 2012 worden opgebouwd (zes maanden geldig, tenzij een langere termijn is afgesproken);
- bovenwettelijke vakantiedagen die na 1 januari 2012 worden opgebouwd (vijf jaar geldig).
Vanaf 1 januari 2013 komt daar ook nog een rijtje bij van vakantiedagen die uw werknemer in 2012 niet heeft opgenomen. De wettelijke vakantiedagen zijn dan nog zes maanden geldig en de bovenwettelijke dagen vijf jaar.
UITWEG
Om u een uitweg te bieden voor de administratieve uitdaging die u in 2012 te wachten staat, kunt u het beste voor die tijd duidelijke afspraken maken met uw werknemers. Zo kunt u discussie voorkomen. De nieuwe vakantiewetgeving maakt het namelijk mogelijk om in de individuele arbeidsovereenkomst of in de cao een langere vervaltermijn af te spreken. U zou er dus voor kunnen kiezen om de huidige termijn van vijf jaar ook voor de wettelijke vakantiedagen gewoon te laten bestaan. Denk daarbij aan het vaststellen van een vervaltermijn langer dan zes maanden, om zo binnen uw onderneming de vakanties beter te kunnen spreiden. Of stel regels op over het vakantierooster, zodat niet al uw werknemers vlak voor de vervaldatum hun opgespaarde vakantiedagen opnemen. U kunt ook duidelijk in de arbeidsovereenkomst zetten dat tijdens ziekte er geen bovenwettelijke vakantiedagen worden opgebouwd. Het is niet verplicht om zulke afspraken te maken. In dat geval geldt gewoon de wet. Vergeet niet om uw werknemers goed op de hoogte te stellen van de regels rondom de nieuwe vakantiewet.
Met de nieuwe vervaldata geldt de regel dat de oudste vakantiedagen automatisch als eerste werden opgenomen niet meer. Dit was door de Hoge Raad bepaald in 1998, zodat werknemers de gelegenheid hadden om alle vakantiedagen op te nemen. Als dit nog zou gelden onder de nieuwe vakantiewet zouden veel vakantiedagen al vervallen voordat uw werknemer de kans heeft ze op te nemen. U moet daar dus rekening mee houden in uw administratie en de dagen die het eerste komen te vervallen als eerste afschrijven
Zelfstandigenaftrek
IN 2012 ÉÉN ZELFSTANDIGENAFTREK
Nu Prinsjesdag geweest is, zijn de concrete plannen van het kabinet duidelijk. Een belangrijke beslissing is het plan om van de zelfstandigenaftrek in 2012 een vast bedrag te maken van € 7.280. Het systeem van schijven verdwijnt dus. Het voordeel is dat u van tevoren weet waar u aan toe bent.
Met het invoeren van een vaste zelfstandigenaftrek wordt u niet meer ‘afgestraft’ bij het maken van meer winst. Met het systeem van schijven wordt de aftrek namelijk lager naarmate u meer winst maakt. De nieuwe vaste aftrek zal weinig tot geen effect hebben als u momenteel in de vierde schijf zit en dus tussen de € 18.540 en € 53.070 winst maakt. De aftrek is daar nu namelijk € 7.266. Als deze schijf en de bijbehorende aftrek voor 2012 gecorrigeerd zouden worden voor inflatie, zou u bij winst tussen € 18.885 en € 53.975 kunnen rekenen op een aftrek van € 7.390.
Maakt u in 2012 meer winst, dan gaat u er dus op vooruit want u mag meer aftrekken. Zit u daaronder, dan zult u minder kunnen aftrekken. Maar vanwege de algemene heffingskorting en arbeidskorting hoeft u er niet per se op achteruit te gaan. Als u geen andere bron van inkomsten heeft en geen partner die belasting betaalt, hoeft u bij een winst tot € 18.885 nog steeds geen belasting te betalen.
Voorwaarden
Om gebruik te kunnen maken van de zelfstandigenaftrek moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo moet er sprake zijn van ondernemerschap. U moet daarnaast minimaal 1.225 uren besteden aan uw onderneming. Dit is het zogenaamde urencriterium.
Bron; Checklist Ondernemen, jaargang 9, 27-09-2011
Afroommethode kan ook bij meervoudige bv-structuur.
Afroommethode kan ook bij meervoudige bv-structuur.
De afroommethode waarbij het loon van de dga wordt berekend door van de opbrengsten uit een bv een marge, kosten (exclusief loon werknemer), lasten en afschrijvingen in aftrek te brengen, kan ook worden gebruikt in een zogenoemde meervoudige bv-structuur. Hierbij houdt de holding van de dga aandelen in een werkmaatschappij. Dit is onlangs beslist in een zaak voor Hof Amsterdam.
In deze zaak ging het om een holding met als enig aandeelhouder een dga. De holding had 50% van de aandelen in een bouw- en aannemingsbedrijf (hierna bedrijf). De dga had een arbeidsovereenkomst met zijn holding en ontving uit hoofde van die arbeidsovereenkomst loon. Er was geen aparte arbeidsovereenkomst met het bedrijf. In de arbeidsovereenkomst was afgesproken dat de holding de directie voerde over het bedrijf en de dga ter beschikking stelde aan het bedrijf voor diverse werkzaamheden. De holding declareerde de vergoeding voor de werkzaamheden van de dag bij het bedrijf. In 2006 had de inspecteur de holding een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd, omdat hij van mening was dat het gebruikelijk loon van de dga op een hoger bedrag moest worden vastgesteld. De inspecteur stelde dat het loon moest worden bepaald aan de hand van de managementvergoeding die het bedrijf aan de holding betaalde met toepassing van de afroommethode. Volgens de dga kon de afroommethode echter alleen worden toegepast bij het bepalen van het loon bij een enkelvoudige bv-structuur, zijnde een structuur tussen dga en holding (zonder werk-bv). De zaak kwam uiteindelijk voor Hof Amsterdam.
Afroommethode Hof Amsterdam oordeelde dat het gebruikelijk loon moest worden vastgesteld voor twee dienstbetrekkingen, namelijk het bedrijf en bij de holding. Op basis van de werkzaamheden bij de holding die bestonden uit directievoering, controle en het ter beschikking stellen van de dga stelde het hof het gebruikelijk loon bij de holding vast op € 4.000. Daarnaast oordeel het hof dat het loon bij het bedrijf kon worden bepaald door de managementvergoeding te verminderen met een marge, pensioenlasten en overige kosten. Deze zogenoemde afroommethode is in 2004 geïntroduceerd door de Hoge Raad. Het feit dat opbrengsten uit het bedrijf maar voor een deel voortkwamen uit de werkzaamheden die de dga had verricht deed daaraan niet af. Hof Amsterdam berekende vervolgens de marge op 9%.
Soortgelijke zaak In een andere gelijksoortige zaak (zie Belastingadviseur nr 6/2011) stelde Hof Den Haag het gebruikelijk loon op € 20.000. Dit is een fors verschil met de € 4.000 in deze zaak, terwijl de feiten nagenoeg gelijk waren. Bovendien stond Hof Den Haag een marge toe van 10%. De verschillen in loon en marge maken het voor de praktijk moeilijk om goed richting te geven aan de uitspraken. Duidelijk is wel dat volgens beide hoven de afroommethode kan worden gebruikt bij een meervoudige bv-structuur. De staatssecretaris gaat niet in hoger beroep bij de Hoge Raad, omdat de verschillen in loon feitelijk van aard zijn.
Bron: Hof Amsterdam, 17 februari 2011, LJN: BP5120
Vakantiewet
Vakantiewet wijzigt in 2012
Per 1 januari 2012 moeten werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen een half jaar na het opbouwjaar opnemen. Worden de dagen niet opgenomen, dan komen deze in principe te vervallen (zie ook Belastingadviseur nr 5/2011). De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met een wetsvoorstel hierover van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het pleidooi van de werkgeversorganisaties om het wetsvoorstel per 1 januari 2012 van kracht te laten worden is hiermee door de minister gehonoreerd. Met het aannemen van dit wetsvoorstel krijgen ook werknemers die langdurig ziek zijn recht op hetzelfde aantal vakantiedagen als gezonde werknemers. Nu bouwen werknemers alleen een recht op wettelijke vakantiedagen op in het laatste halfjaar van hun ziekte. De wijziging is noodzakelijk na een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Zoals in Belastingadviseur nr 5/2011 is besproken gelden voor verlofrechten die zijn opgebouwd vóór 1 januari 2012 andere verjaringstermijnen dan voor verlofrechten die een werknemer daarna opbouwt. U heeft nog een half jaar de tijd om uw administratie hierop aan te passen.
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nieuwsbericht 24 mei 2011
Verplichte schatting VPB is vervallen
Ieder jaar moet u een schatting van de fiscale winst van uw onderneming indienen bij de Belastingdienst. Deze moet u indienen vóór 1 september of bij een gebroken boekjaar binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar. Op basis van uw schatting legt de fiscus u een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (VPB) op. Met ingang van 2011 is deze verplichte schatting vervallen.
Door een juiste schatting in te dienen, zorgt u ervoor dat u bij de definitieve aanslag geen of zo min mogelijk heffingsrente hoeft te betalen. De verplichting om een schatting voor de vennootschapsbelasting in te dienen is dit jaar echter afgeschaft. U ontvangt dus geen brief meer waarin de Belastingdienst u vraagt om een schatting te maken van de belastbare winst van uw onderneming.
Terecht
Krijgt u geen voorlopige aanslag, dan zal de Belastingdienst dit najaar nog wel een keer controleren of dit terecht is. Als uit eerdere aangiften het tegendeel blijkt, moet u in het najaar alsnog een schatting voor de VPB indienen. Dient u uw schatting niet of te laat in, dan kan de Belastingdienst eventueel een eerder verleend uitstel weer intrekken.
Bron; Checklist Ondernemen, jaargang 9, 15 maart 2011
Doorlopende Controle op uw BV
Op dit moment heeft u nog een verklaring van geen bezwaar nodig om een bv op te richten. Dit is een eenmalige toetsing bij oprichten van de bv. Maar vanaf de tweede heft van 2011 zal het ministerie van Veiligheid en Justitie strenger gaan screenen bij de oprichting van een bv en bij iedere veranderende situatie van uw bv. Dat betekend dat de overheid doorlopend kan controleren of uw bv misbruikt wordt voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.
Als u nu een bv wilt oprichten, controleert het ministerie van Justitie of u een crimineel verleden heeft of dat u in het verleden failliet bent gegaan. Komt u door de screening, dan ontvangt u een Verklaring van geen bezwaar. Met de invoering van de nieuwe Wet Controle op Rechtspersonen wil de overheid voorkomen dat rechtspersonen misbruikt worden.
Niet alleen u
Wilt u een nieuwe bv oprichten, dan zal Dienst Justis- de screeningautoriteit van het ministerie van veiligheid en Justitie- de beschikbare informatie uit bestaande bronnen combineren en in samenhang analyseren. Bij deze screening heeft Dienst Justis het recht om niet alleen u maar ook uw partner, uw huisgenoten en (klein) kinderen te screenen op een eventueel crimineel verleden. Deze toets wordt vervolgens iedere keer opnieuw gedaan als de statuten van uw bv wijzigen of als een nieuw bestuurder wordt ingeschreven in het Handelsregister. Het is dus een doorlopende controle.
o Mocht er sprake zijn van misbruik, dan zal Dienst Justis dit doorgeven aan bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie, de politie, de belastingdienst of de FIOD. Deze partijen kunnen dan direct tot actie overgaan.
Bron; checklist ondernemen jaargang 9, 22 februari 2010
RSIN vervangt uw fiscale nummer
13-01-2011
De belastingdienst heeft bij uw aanmelding een fiscaal nummer toegekend aan uw onderneming. De fiscus kan uw onderneming met dit nummer identificeren. Binnenkort zult u echter van de Kamer van Koophandel (KvK) een RSIN (Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden informatienummer) ontvangen. Het nieuwe nummer moet ervoor zorgen dat ondernemingen altijd te identificeren zijn in het nieuwe stelsel van basisregistraties.
Startende ondernemers
Voor startende ondernemers heeft deze wijziging als voordeel dat zij zich niet meer apart hoeven aan te melden bij de belastingdienst. Zodra een startende ondernemer zijn onderneming inschrijft bij de KvK, kent deze het RSIN toe. De KvK stuurt vervolgens automatisch een bericht van inschrijving naar de belastingdienst.
Op basis van het RSIN bepaalt de fiscus vervolgens het BTW- nummer en eventuele andere nummers, zoals een loonheffingennummer of vennootschapsbelastingnummer. De belastingdienst zal alleen nog fiscale nummers toekennen aan ondernemingen die niet in het Handelsregister hoeven te worden ingeschreven. Hierbij kunt u denken aan buitenlandse ondernemingen die geen vestiging in Nederland hebben. Deze ondernemers moeten zich dus nog wel aanmelden bij de belastingdienst.
Het RSIN is hetzelfde negen- cijferige nummer als uw bestaande fiscale nummer. Voor u houdt deze verandering dus niet meer in, dan een naamswijziging van het nummer. Het RSIN zult u zelf niet gaan gebruiken. U hoeft uw briefpapier dus niet aan te passen.
Bron: Checklist Ondernemen, jaargang 8 - 21-12-2010.
Overweeg kerstpakket
01-12-2010
Heeft u uw personeel dit jaar nog geen geschenk in natura verstrekt, overweeg dan om dit alsnog te doen.
U mag één keer per jaar het lage 20%-eindheffingstarief toepassen over een geschenk in natura (zoals het kerstpakket) voor zover de waarde in het economische verkeer (inclusief btw) niet meer bedraagt dan € 70,-. U mag ook meerdere geschenken verstrekken zolang u maar onder het bedrag van € 70,- blijft. Gaan de verstrekkingen boven de grens van € 70,- uit, dan kan het meerdere worden belast tegen het gebruteerde tabeltarief.
De waarde van het kerstpakket kan volgend jaar in de vrije ruimte van de werkkostenregeling vallen.
Bron; Belastingadviseur, No 22/2010.
Fiscaal partnerschap
11-11-2010
De volgende tekst is overgenomen uit Fiscaal Rendement, 10, 2010.
Geen keuze meer voor samenwoners
Bent u samenwonend? Dan heeft u in 2011 voor de inkomstenbelasting geen keuzevrijheid meer ten aanzien van het fiscaal partnerschap. U voldoet of aan de voorwaarden (en dan bent u fiscaal partner) of u voldoet niet aan de voorwaarden (en dan bent u geen fiscaal partner).
Woonadres
Voldoet u aan onderstaande voorwaarden dan bent u vanaf 2011 dus gewoon elkaar fiscaal partner. Wat zijn de voorwaarden voor het fiscaal partnerschap?
· U en uw huisgenoot woonden in het belastingjaar meer dan zes maanden onafgebroken samen, voerden een gezamenlijke huishouding en in die periode was u beiden meerderjarig.
· U stond beiden in die periode bij de gemeente op hetzelfde woonadres ingeschreven.
· Als u kind uw huisgenoot is, moet deze op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar waar u aangifte over doet, minimaal 27 jaar oud zijn.
